Stappen om (meer) technisch kader te krijgen

Technisch Kader

De methode Meer Vrijwilligers in Kortere Tijd is succesvol om vrijwilligers te vinden voor allerlei klussen en taken binnen de sportvereniging. Al meer dan 1500 verenigingen behaalden  succes door de juiste stappen te zetten.

Het vinden van technisch kader, trainers en coaches, blijft in veel gevallen in eerste instantie een probleem. Dit omdat daarvoor bepaalde competenties en diploma’s vereist worden. Het vraagt om opleidingen die voor de gemiddelde vrijwilliger te veel tijd kosten om dat ‘even’ te doen..

Om technisch kader te vinden is dus gedeeltelijk een andere aanpak nodig dan de aanpak die bij de methode MVKT voldoende vrijwilligers garandeert.

Natuurlijk kan je een advertentie plaatsen op een website of in een blad dat de doelgroep onder ogen krijgt. Ook kan je informeren bij Sportservice instellingen en/of jouw sportbond.  Sommige hebben een vacaturebank, andere zijn bereid om sterk gesubsidieerd een opleiding op locatie te verzorgen.

Ik adviseer je ook eens met een CIOS-opleiding contact op te nemen en te informeren bij de betreffende docent. Wellicht kent die jonge krachten.
Natuurlijk is het verstandig om informatie in te winnen bij de vroegere trainers van de vereniging. Die hebben vaak een heel netwerk. Ook trainers in de regio kunnen worden aangesproken met de vraag of zij nog beroepsgenoten kennen.

Een succesvolle aanpak zal ik hieronder uitwerken. Die kost meer tijd en je hebt er niet direct meer trainers mee maar deze aanpak levert je op termijn veel op.
In principe kost de trainersopleiding bij de meeste sportbonden tijdsinvestering en opleidingskosten. Als je die tijd en financiële investering voorlegt aan je leden en dan vraagt wie dat wil dan zal de animo gering zijn. Dat heb ik bij diverse sporten zo ervaren.

Ik heb goede ervaringen met de volgende aanpak

  1. Benader betrokken leden en zeker ook oudere jeugdleden, vanaf 16 jaar, en vraag hen als assistent trainer voor bijvoorbeeld drie weken. Kies voor een afgebakende, korte periode.
  2. Benader deze leden individueel, vraag hen persoonlijk en doe een beroep op hun competenties. Dus niet vragen of iemand tijd hiervoor heeft (want dat heeft niemand) maar stel bijvoorbeeld: ‘Jij gaat goed met mensen om en je houdt van volleybal. Daarom vragen wij je om de komende drie weken …..’.
  3. De trainer vangt deze assistenten op en leidt deze leden in die paar weken op tot ‘assistent’. De trainer heeft dus een plan van aanpak. Hij/zij maakt de assistenten enthousiast voor het geven van training. De trainer zorgt voor succesbeleving bij de assistent.
  4. Tussentijds houdt de trainer contact met de ‘assistenten’ via social media of e-mails. Er ontstaat verbondenheid. De trainer wijst op aanvullende trainingsinformatie op internet.
  5. Na die drie weken, niet eerder (!), komt de vraag of de assistent samen met anderen een korte opleidingscursus wil volgen. Een voordeel van deze aanpak is in ieder geval dat je op deze manier betrokken leden kweekt of zij zich nu wel of niet verder willen bekwamen. Het is bijzonder dat je op deze manier juist bij de jonge leden doet aan ledenbehoud. Jonge leden blijken het prachtig te vinden verantwoordelijkheid te mogen dragen.

Het bovenstaande proces, van a tot en met d, is een stapsgewijs proces net zoals iedere succesvolle gedragsbeïnvloeding een stapsgewijs proces is. Nadat het bovenstaande traject, van a t/m d, is afgerond is het verstandig dit te herhalen met nieuwe assistenten. Door dit een continu proces te laten zijn zorg je er als vereniging voor dat er voldoende nieuw technisch kader is.

Veel succes met het krijgen van meer technisch kader!

  • Aangemaakt op .